Terug naar gewoon zicht.
De tendens is de laatste 10 ‡ 15 jaar, om visueel gehandicapte kinderen zoveel mogelijk thuisnabij onderwijs te laten ontvangen, op reguliere (of speciale) scholen, met begeleiding vanuit de Onderwijsinstellingen voor visueel gehandicapte leerlingen: BartimÈus, Sensis en Visio. Men spreekt van 'integratie', of, met een modernere term: 'inclusief onderwijs'.
Natuurlijk is het belangrijk dat geÔntegreerde kinderen met
hetzelfde of gelijkwaardig lesmateriaal kunnen werken als hun
klasgenoten - en met dezelfde of gelijkwaardige software. Maar ook
kinderen op speciale scholen komen uiteindelijk in de 'ziende'
maatschappij terecht. Deze scholen mogen niet te ver uit de pas lopen
met het onderwijs dat aan ziende leeftijdgenoten met vergelijkbare
capaciteiten wordt gegeven.
Waar het uiteindelijk om draait, is: volwaardig onderwijs, dat recht doet aan de mogelijkheden en talenten van kinderen.
Wat software betekent dit, dat visueel gehandicapte kinderen zoveel mogelijk gebruik moeten kunnen maken van dezelfde software als hun ziende leeftijdgenoten. Of, als dat niet mogelijk is, van qua inhoud en/of oefenmogelijkheden gelijkwaardige alternatieven.
Toegankelijkheid houdt in technische zin in, dat alle onderdelen van de software voor iedereen bereikbaar zijn. Blinden en veel slechtzienden kunnen bijvoorbeeld de muis niet gebruiken. Alle onderdelen van een programma moeten voor hen dus met sneltoetsen bereikbaar zijn. Vaak kunnen zij het scherm niet (goed) zien; de essentiÎle informatie op het scherm moet dus in andere vorm (voelbaar en/of hoorbaar) kunnen worden weergegeven. Onder de Quicklist en 'geavanceerd' wordt nader uiteengezet wat onder toegankelijkheid wordt verstaan. Daarbij beperkthet Software In Zicht project zich tot toegankelijkheid voor visueel gehandicapten.
In didactische zin is software toegankelijk, als zij aansluit bij de mogelijkheden en belevingswereld van een visueel gehandicapt kind. Daar zit een belangrijk knelpunt; veel onderwijsmethodes in Nederland zijn erg visueel. Het is lang niet altijd eenvoudig om beeldinformatie zinnig (en op aantrekkelijke wijze) in tekst of geluid om te zetten. Met name voor blinde en zeer slechtziende kinderen is het soms noodzakelijk, driedimensionale voorwerpen of ervaringen in de echte wereld te betrekken in het onderwijs (zie ook hetgeen hierover gezegd is onder tabblad 'doelgroep', Tip 5 [link]). Werkelijk toegankelijke software voor deze categorieÎn kinderen moet daar uiteraard rekening mee houden.Hetzelfde waar mogelijk, bijzonder waar nodig
Niet alles is toegankelijk te maken. Soms is de aard van een activiteit puur visueel; bijvoorbeeld wanneer het aankomt op oog-handcoˆrdinatie. Een gelijkwaardig alternatief houdt dan bijvoorbeeld in: een spel waarbij oor-handcoˆrdinatie wordt getraind.
Racespellen zijn doorgaans sterk grafisch. Dit is misschien geen
'educatieve software' in de smalle betekenis van het woord, maar wel
een goed voorbeeld. Het is onmogelijk alle visuele informatie op het
scherm in gesproken tekst en/of geluid om te zetten. Toch willen ook
blinde kinderen weleens racen.
Het racespel Sneller is speciaal voor blinden ontworpen. Het wordt puur op geluid gespeeld; het scherm blijft 'zwart'.
Grofweg zijn er twee vormen:
Een voorbeeld van de tweede soort is de Tafeltrainer uit de Edurom
reeks van A.W. Bruna. Als je op F5 drukt, worden alle instructies
gesproken. Ook kan de leerling terughoren wat hij heeft ingetypt.
De tweede soort heeft uiteraard grote voordelen voor jongere kinderen
en kinderen die minder computervaardig zijn. Bij jongere kinderen die
nog niet kunnen typen, kan een beperkt aantal toetsen gebruikt worden.
Overigens moet ook deze soort software wel toegankelijk geprogrammeerd
zijn met het oog op eventueel aan te sluiten aangepaste toetsenborden.
De computervaardigheid varieert overigens enorm. Zowel die van de kinderen als van hun leerkrachten. Ontwikkelaars moeten dan ook niet uitgaan van de meest geavanceerde mogelijkheden die aanpassingen bieden, maar zich richten op de eenvoudige basismogelijkheden daarvan. Ook moet de software de leerkrachten werk uit handen nemen en de leertijd en leermogelijkheden vergroten. Het is storend voor leerkrachten als zij veel tijd moeten steken in het leren werken met de software. goed gedocumenteerd.
Hoe meer zintuigen worden ingezet, hoe beter men leert, zo blijkt uit onderzoek. Voor iedereen toegankelijke software voorziet in zowel beelden, als beschrijvingen, als soms ook gesproken tekst. Toegankelijke software biedt dus voor alle leerlingen voordelen.
Door het gebruik van korte gesproken teksten die plaatjes
omschrijven, kan toegankelijke software ook voordelen hebben voor
tweede taal leerlingen, taalzwakke leerlingen en leerlingen met
leesmoeilijkheden.
Didactische aanpassingen kunnen ook leiden tot verrijking van het
onderwijs. Bijvoorbeeld: bij biologie wordt gevraagd de naam van de
afgebeelde vogel te beschrijven. 'Plaatje - praatje'. Deze werkvoor is
niet mogelijk voor (ernstig) visueel gehandicapte leerlingen. Wel kan
bijvoorbeeld gevraagd worden naar overeenkomsten tussen diverse vogels
op basis van beschrijvingen. Dit soort aanpassingen komt ook ten goede
aan andere leerlingen. Ze vergelijken meer, wat het leereffect verhoogt
en beklijvender maakt, en zijn actiever met taal bezig.
Tenslotte: het is voor alle leerlingen beter met sneltoetsen te werken dan al te veelvuldig en ingespannen te muizen!
Zie voor meer informatie over toegankelijkheid: www.accessibility.nl en www.drempelsweg.nl .