Terug naar gewoon zicht.

Spring naar Inhoud

Informatie zoeken?
Software zoeken?
Grote letters Kleine letters Accessmode

Tips

Tip 1 - Kinderen leren meer als ze iets leuk vinden

Als kinderen iets leuk vinden, kunnen zij soms dingen, die u niet voor mogelijk had gehouden! Laat u zich in dat geval vooral niet beperken tot de selecties die wij in de database hebben gemaakt! Bied ook eens iets aan wat u toevallig in huis hebt of laat het kind met een ander kind samen achter de computer spelen of ëwerkení en kijk wat er gebeurt. Misschien vindt het kind er niets aan. Dat weet u dan. Maar soms gebeuren er onverwachte dingen als kinderen bepaalde software leuk vinden. Soms zelfs dingen die ëniet kunnení.

 

Een blind meisje, circa 9 jaar oud, speelt met haar broer een Nintendo-achtig spel. Het scherm kan zij niet zien; hoe kan zij dit nu leuk vinden? De volgorde van gebeurtenissen is steeds dezelfde. Van haar broertje weet zij inmiddels welke gebeurtenis bij welk geluidje of muziekje hoort.

 

Aan de muziek en geluiden bij het spel hoort zij dus ëwaar zij isí en wat zij moet doen. Na verloop van tijd speelt zij het zelfstandig. De ësportí is, steeds een stukje verder te komen en zij slaagt daar wonderwel in. Zij is daar uiteraard trots op en heeft er veel plezier in. Goed voor haar eigenwaarde. Maar ook voor de oor-handcoˆrdinatie, geheugentraining en concentratie!

 

Vaak gebeurt dit omdat de kinderen toevallig door iets in het programma worden aangesproken. Dat kan het onderwerp, het beeld, de kleur en/of het geluid zijn. Maar de stimulans kan ook veroorzaakt zijn door de wens hetzelfde te doen als broertjes, zusjes, vriendjes of vriendinnetjes. Dit verschijnsel komt vooral (maar niet uitsluitend!) voor bij jongere kinderen. Ook verstandelijk beperkte kinderen kunnen zeer genieten van het erbij horen en zelf iets kunnen.

Tip 2 - Soms wordt onbedoeld de restvisus van kinderen gestimuleerd; of zij leren die beter gebruiken.

Twee voorbeelden:

 
Een praktisch blinde jongen  

In het eerste deel van de Floppy-software van Bruna zit een programma met een alfabetisch gerangschikt toetsenbord. Door op een vakje met een letter te klikken, wordt de corresponderende letter op het blad boven het toetsenbord getypt. De letter kan vervolgens tot 3x vergroot worden.
Een praktisch blinde jongen van een jaar of 8,9, die het zwartschrift (ëgewone lettersí) niet heeft geleerd, wil net als zijn 2 _ jaar jongere broertje zijn naam typen. Zijn broertje heeft hem verteld hoe het programma werkt.
Het programma werkt samen met ëblinky cursorí; een extra grote muisaanwijzer.
Het lukt hem met heel veel moeite en zeer langzaam, om de hokjes te onderscheiden. Hij zegt het alfabet op en volgt de hokjes tot hij bij het hokje komt, waar de eerste letter van zijn naam in moet staan. Na een tijdje komt hij trots zijn uitgeprinte naam laten zien.
Hij vindt het een leuk spelletje en iedereen vindt het heel knap wat hij doet. Na verloop van nog wat tijd typt hij ook andere woordjes en tot stomme verbazing van de ouders leest hij op een dag een krantenkopÖ Dit was door ëdeskundigení voor onmogelijk gehouden. Hij heeft zichzelf spelenderwijs en onbedoeld het zwartschrift alfabet geleerd.
Na enkele maanden lukt het hem ook om de gewone (grootste) muisaanwijzer uit Windows te volgen, zij het met de neus op het scherm.
Na een truc gevonden te hebben om die gewone muiscursor te ëvangení, kan hij het spel ook met de gewone muispijl spelen.
5 Jaar later weet deze jongen met behulp van een extra grote monitor veel ontoegankelijke websites ëaan de praat te krijgení. Veel websites zijn voor zijn brailleleesregel alleen niet toegankelijk, maar als je de muis op de juiste plaats weet te manoeuvreren, komt de tekst wel in braille en spraak tevoorschijn. Oefening baart kunstÖ En door deze kunst heeft deze leerling veel meer informatie tot zijn beschikking dan hij anders zou hebben. Het brailleren of inspreken van een korte tekst duurt 1 tot 2 weken; een langere tekst laat enkele maanden op zich wachten. Bovendien zou hij die teksten niet zelf kunnen vinden!

Een slechtziende leerling

Een slechtziend meisje, een jaar of 13, speelt computerspellen zoals A2 racer die haar leeftijdgenoten ook spelen en waarvan niemand had gedacht, dat dat mogelijk zou zijn. Zij is niet zo goed als haar leeftijdgenoten, maar dat valt niet op als zij met klasgenoten praat over het spel. Zij speelt als zij alleen is en haar beste vriend helpt haar weleens.

Tip 3 - Reacties van de omgeving

Aan het gebruik van software zitten ook kanten als ëerbij horení, ëmeetellení. Dit zal doorgaans meer betrekking hebben op minder educatieve software. Maar ëcomputerení is tegenwoordig belangrijk en op het schoolplein en thuis woeden ware competities. Wie is het best, wie is populair, wie hoort erbij, wie is een watje?

 

Uiteraard kan een ontmoedigende factor zijn dat kinderen met meer mogelijkheden de prestaties van de gehandicapte leerling niet op hun waarde weten te schatten.
We kijken eerst naar de kant van de ziende kinderen. Daar ligt voor u als opvoeder of begeleider een schone taak! Begrip en wederzijdse waardering kweken kan door praten en reflectie.

 

U kunt ook de monitor even uitzetten voor het ziende kind, of het bijvoorbeeld een ëmatglazen brilí (iets waardoor het heel wazig ziet) of een hele grote bril met 2 piepkleine gaatjes opzetten terwijl het speelt. Zo komt het begrip vaak vanzelf.
En zo kunnen zelfs gelijkwaardige competities worden gespeeld (als het ziende en het visueel gehandicapte kind dit tenminste ook leuk vinden of als u zelf daartoe bereid bent; NB: het plezier staat hier voorop, anders werkt het niet).

 

We kijken ook naar de kant van de visueel gehandicapte leerling. Met name slechtziende kinderen hebben nog wel eens de neiging om hun beperking te camoufleren of te ontkennen. Dat is logisch; ze willen ëgewone kinderení zijn en meetellen, voor ëvolí worden aangezien. Prestaties (ook met populaire spelletjes op de computer) wegen in sommige groepen zwaar. Soms lukt die camouflage aardig, maar het heeft ook een schaduwzijde: (vooral) slechtziende leerlingen worden niet altijd begrepen. Zowel volwassenen als kinderen begrijpen vaak niet, waarom de leerling in het ene geval iets wel goed lijkt te zien, maar in het andere geval niet. Er wordt weleens gedacht, dat kinderen voordeel uit hun ëvermeendeí beperkingen proberen te slepen; ìHij speelt wel A2 racer, maar hij mag minder sommen maken omdat hij zogenaamd langzamer leestî.

 

Ook hier een schone taak voor de opvoeder. Enerzijds moet u waakzaam zijn dat er niet inderdaad ëmisbruikí wordt gemaakt door een bepaalde leerling (het zijn echt ëgewone kinderení!). Anderzijds moet de leerling ook leren zijn beperkingen te aanvaarden; hij/zij zal slechter scoren en langer moeten oefenen met bepaalde computerspelletjes. Die acceptatie verloopt makkelijker als de omgeving hem/haar minder ëafrekentí op prestaties. Het kringetje sluit: we kijken weer naar de kant van de ziende kinderen.

Tip 4 - Ergonomie

Inderdaad: ëcomputerení kan erg leuk zijn. En spannend! Voor je het weet ben je uren bezig. En dat is niet goed! Zo leg je de basis voor RSI: repetetive strain injury. Klachten aan vingers, polsen, armen, nek, schouders en/of rug, die zo ernstig kunnen zijn, dat je ze niet meer kunt gebruiken. De bekendste vorm van RSI is de ëmuisarmí. Vaak kunnen RSI patiÎnten ook de computer niet meer gebruiken.

 

RSI is vooral een gevolg van te lang in een verkeerde houding werken, waardoor spieren en zenuwen verkrampt en onvoldoende doorbloed raken. Als dit chronisch gebeurt, kan dit tot onomkeerbare beschadigingen leiden. RSI kan heel snel ontstaan. Er zijn gevallen bekend van studenten die 3 weken ëdag en nachtí aan een scriptie werkten en daarbij in behoorlijk ernstige mate RSI opliepen. Maar ook overdag met de computer werken en hele avonden internetten of spellen doen is niet goed. Vooral niet als iemand verder weinig beweging heeft. Herkent u hierin het gedrag van sommige pubers?

 

Voor visueel gehandicapte kinderen is de computer vrijwel onmisbaar bij studie en werk, maar ook steeds meer in de vrije tijd, om informatie te raadplegen, iets via internet te kopen, te bankieren, enzovoort.

 

Dus is het erg belangrijk om u door een ergotherapeut van de begeleidende instelling (BartimÈus, Sensis of Visio) goed voor te laten lichten over de inrichting van de werkplek en de juiste houding van het kind. Dit geldt zowel voor basis- als voortgezet onderwijs!
Het kind moet uiteraard zelf die goede houding aanleren. Een beetje hulp is evenwel onmisbaar. Vooral slechtziende kinderen hebben de neiging met de neus op het scherm te gaan zitten. En soms moeten zij welÖ In het voortgezet onderwijs is er vaak geen aangepaste werkplek in de klassen, maar werken zij met een laptop. Dit is dus ìgevarenzone 1î; rood alarm! In het algemeen wordt het afgeraden langer dan 2 uur per dag met een laptop te werken. Voor gebruik van de desktop houdt men een maximum van 5 uur per dag aan.

 

Wat kunt u doen?

   

Leer het kind werken met het toetsenbord i.p.v. de muis; dit is veel sneller en voorkomt een zogenaamde muisarm. Ook nuttig voor uzelf en de andere leerlingen! Met het boek Windows met het Toetsenbord van Addo Stuur heeft u het zo onder de knie.

Tip 5 - Vergeet de werkelijkheid niet!

Je kunt een voorwerp laten zien via de computer, maar hoe hard, warm of koud, hoe zwaar is het? Soms is dat belangrijk voor het educatieve doel van een programma; maar software kan de werkelijkheid lang niet altijd adequaat vervangen.

 

Het duidelijkst wordt dit in praktijk- en beroepsopleidingen, waar leerlingen bijvoorbeeld virtueel leren metaalbewerken. Ze leren de theorie wel, maar krijgen niet het gevoel van de machine en het materiaal te pakken.

 

Dat is ook de klacht van werkgevers: eenmaal in de werksituatie moeten zij eerst nog ervaring opdoen om de juiste feeling te krijgen; hoe reageert het materiaal in werkelijkheid?
Maar ook bij kleine kinderen merk je dit. Bijvoorbeeld: een groep 5 leerling heeft een CD-ROM met natuurkundige experimenten. Als hij thuis een ei mag koken, en in de gaten moet houden hoe lang het water kookt, duurt dat toch wel lang. Ongeduldig vraagt hij: ëHoe weet je nou of het water al begint te koken?í.

 

Voor visueel gehandicapte kinderen geldt dit probleem dubbel; het is enorm belangrijk dat de docent zich het belang van reÎle ervaringen realiseert. Zowel voor jongere als oudere kinderen. Hieronder volgen enige voorbeelden.

 

Visueel gehandicapte kinderen blijken soms woorden te gebruiken, waarvan zij de inhoud niet kennen. Dit geldt vooral voor blinde en zeer slechtziende leerlingen.
Bijvoorbeeld: sommige kinderen kunnen al heel vroeg tellen of zelfs ëtafelsí of reeksen opzeggen. Je maakt dan gemakkelijk de fout om te denken, dat ze begrijpen wat getallen voorstellen. Maar geef je ze 7 knikkers of blokjes, of laat je ze vingers tellen, dan blijkt, dat ze een ëdeuntjeí opzeggen; ze hebben nog geen numeriek besef!
Andere hele alledaagse voorbeelden: zoiets alledaags als een mug. Het is heel moeilijk voorstelbaar, dat een mug pootjes heeft die zo dun zijn als een haar. Kinderen van een jaar of 10 of zelfs ouder hebben soms een heel andere voorstelling van een mug.
Een ander ëalledaagsí verschijnsel: schaduw. Als je blind bent, moet je die ervaren. Voor een blinde is schaduw temperatuurverschil, geen licht-donker! Ook blinde kinderen van 12 en ouder weten vaak niet wat schaduw is; waarom is het buiten ergens kouder op een zonnige dag? Of: waarom is aan de ene kant van een muur wel schaduw, maar aan de andere kant niet? Of: waarom is er als de zon schijnt ís ochtends altijd wel schaduw op die plek, maar ís middags niet?

 

En het feit dat je (doorgaans) wel door een raam kunt kijken, maar niet door een muur? Hieraan besteedt software doorgaans geen aandacht!

© Software In Zicht
Utrechtseweg 84, 3702 AD Zeist
info@softwareinzicht.nl
admin Timon Snetselaar